Burgerlijke staat

> De gelijkebehandelingswetgeving
> Oordelen ‘burgerlijke staat’ CGB

De gelijkebehandelingswetgeving
In Nederland gelden regels die zeggen dat gelijke gevallen gelijk behandeld behoren te worden. Helaas gebeurt dat niet altijd. Mensen worden nog steeds uitgesloten of achtergesteld op basis van irrelevante kenmerken. Dit gebeurt onder andere bij de arbeid.

Om uitsluiting tegen te gaan, is in 1994 de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB) ingesteld. Met de AWGB worden twee belangrijke doelen nagestreefd:

  • dat ongelijke behandeling van mensen wordt voorkomen 
  • dat mensen niet worden uitgesloten, bijvoorbeeld van werk

De gelijkebehandelingswetgeving bevat regels die kandidaten o.a. beschermen tegen discriminatie op grond van iemands burgerlijke staat. Het gaat hierbij om verschil in behandeling tussen sollcitanten die gehuwd zijn of een geregistreerd partnerschap hebben en sollicitanten die niet gehuwd zijn en ook geen geregistreerd partnerschap hebben.

Naar boven

Oordelen ‘burgerlijke staat’ CGB
De Commissie Gelijke Behandeling heeft verschillende oordelen uitgesproken over ongelijke behandeling op grond van burgerlijke staat:

  • 2007-15: Direct onderscheid op grond van burgerlijke staat door verzoekster geen extra verlofdagen toe te kennen voor het aangaan van geregistreerd partnerschap
  • 1997-88: Verzoekster maakt indirect onderscheid op grond van burgerlijke staat in strijd met de wet door niet te bemiddelen voor de uitzending van vrijwilligers die een financieel afhankelijke partner hebben en voor vrijwilligers met een of meer afhankelijke kinderen

Meer oordelen over dit thema en andere thema's.

Naar boven

Vragen?

Bel het juridisch spreekuur van de Commissie Gelijke Behandeling: 030 - 888 38 88 (iedere werkdag van 14.00-16.00) of mail naar info@cgb.nl